Over ons

Pensioentribunaal is een onderzoeksplatform dat aan waarheidsvinding doet in het pensioendossier, van tweede helft jaren ’90 tot en met het nieuwe pensioenstelsel.

Op deze site vindt u onze jaarverslagen en financiële verslagen ter verantwoording van wat wij doen.

De inhoud van de bevindingen en onderzoeksresultaten van “Pentrib” vindt u op de website van de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP) https://www.pensioenbelangen.nl/

Donaties zijn uiteraard welkom op rekeningnummer NL84 INGB 0007 2381 03 t.n.v. Stichting Pensioentribunaal. ANBI status is in aanvraag.

De Stichting Pensioentribunaal stelt zich ten doel door middel van onderzoek, openbare vraagstelling, bijeenkomsten en publicaties voor een breed publiek duidelijk te maken welke belangen in de pensioenwereld en daarbuiten hebben geleid tot voorstellen voor een nieuw pensioenstelsel. Zij wil de campagne onder de loep nemen die geleid heeft tot regeringsvoorstellen en een pensioenakkoord waarbij “Het beste pensioenstelsel ter wereld” fundamenteel wordt gewijzigd, omdat dat niet meer zou voldoen aan de eisen van deze tijd. In dit onderzoek speelt een aantal belangrijke vragen een centrale rol:
• Wie zijn de belangrijkste spelers en wat zijn hun posities en belangen?
• In hoeverre is er plaats voor afwijkende opvattingen en theorieën bij de voorbereiding en besluitvorming van de bovengeschetste aanpassing van het stelsel?
• De huidige lage rekenrente heeft enorme consequenties voor de deelnemers van pensioenfondsen en gepensioneerden. Het heeft ertoe geleid dat er voor jong en oud al meer dan tien jaar geen indexatie van pensioenen en pensioenaanspraken heeft plaatsgevonden. In een open brief met een goede onderbouwing, pleit een groep van drie-en-veertig economen en prominenten ervoor om bij de berekening van de dekkingsgraden van pensioenfondsen een hogere rekenrente te gebruiken. Hierdoor wordt deze rekenrente gelijk aan die welke bij de
premieberekening wordt gebruikt en kan er weer indexatie gegeven worden. Op basis van een onjuiste onderbouwing, wordt dit pleidooi binnen twee dagen tegengesproken in een opinieartikel van tien hoogleraren. Is hier sprake van verschil in inzichten of van een verschil in belangen?
• Welke belangen zijn er in het geding bij het vasthouden aan de risicovrije rente in het bestaande stelsel?
• De beleggingen van de Nederlandse pensioenfondsen herbergen een enorm vermogen. De regelgeving en het toezicht met betrekking tot dit vermogen worden gedomineerd door enkele hoofdrolspelers. Hoe kan het zijn dat die beweren dat het huidige pensioen gegarandeerd is, terwijl
dit noch in de Pensioenwet noch in enige regelgeving vastligt?
• Er zijn mensen, met veel invloed op de richting van vernieuwing van het pensioenstelsel, die de opvatting uitdragen dat pensioenfondsen risico’s dragen voor eigen rekening. Dit is vreemd omdat pensioenfondsen stichtingen zijn waarvan het vermogen alleen en uitsluitend bestemd is om de aanspraken van deelnemers en gepensioneerden na te komen. Daarom lopen alleen de deelnemers en de gepensioneerden risico’s, maar niet de pensioenfondsen. Dit aspect is van groot belang bij beoordeling van de verenigbaarheid van de Nederlandse wetgeving met de Europese
richtlijnen. Moet de juistheid van die opvatting niet worden beoordeeld?
• Waarom wijkt Nederland als enige land in Europa af van de Europese Richtlijnen met betrekking tot pensioenen en welke belangen spelen hierbij een rol?
• Wie heeft financieel belang bij de voorgestelde wijziging van het pensioenstelsel en waarom is het huidige pensioenstelsel onhoudbaar?
• Waarom kan een aanpassing van de rekenrente niet met terugwerkende kracht worden ingevoerd zodat alle deelnemers en gepensioneerden die zo te lijden hebben gehad onder de steeds verder dalende en door de Europese centrale Bank gemanipuleerde rekenrente alsnog krijgen wat hen toekomt?
• Wie heeft de modellen van het CPB opgesteld en de veronderstellingen waarop ze zijn gebaseerd gedicteerd?
• Een pensioenfonds moet te allen tijde over voldoende middelen beschikken om aan haar nominale verplichtingen te voldoen. Waarom wordt er dan bij studies van bijvoorbeeld het CPB van uitgegaan dat een pensioenfonds middelen moet reserveren om aan mogelijke verplichtingen te voldoen voor toekomstige deelnemers, die nog niet aan het arbeidsproces deelnemen?